Algemeen
We kopen een hond, maar wat voor een?


jonge Stabij

Hij moest lief zijn, naar kinderen, maar ook naar volwassenen toe. Maar ook waaks en overal mee naar toe genomen kunnen worden. En luisteren, dat is ook belangrijk.  En een salontafelmodel. En haar hebben, een kale hond was niet aan de orde. En het moest een rashond zijn. Nee wij gingen niet over een nacht ijs. Het nemen –want we zouden een hond nemen- van zo’n diertje moet je goed overwegen. Door deze selecties te maken, bleef er een niet al te grote groep over. De meeste hadden slappe oren, halflang tot lang haar en bleken een erg gewilde groep te zijn.  Groep 7/8 types” zouden we later leren. “De groepen waar honden -op grond van hun eigenschappen- zijn ingedeeld door kynologen”.
Kynologen, zijn weer mensen die van honden houden en daar een studie van hebben gemaakt. Om de verschillende typen honden te kunnen indelen, moesten ze wel onderling veel overeenkomsten hebben. Zowel binnen het ras zelf, als tussen de rassen onderling. De uiterlijke verschillen blijken te zijn ontstaan, doordat men hier deze vacht het beste vond kleuren bij de omgeving, en elders was een andere kleur weer toepasselijker. Ook de lengte van de vacht werd bepaald door de omgeving en de omgevingstemperatuur. Snel vuil worden en geen mogelijkheid snel schoon te worden zorgde bijna automatisch voor kortharige honden. Koudere omgevingen en die waar de hond zich aan struiken en dergelijke kon verwonden, zorgden voor een hariger type. 


jonge Wetter

Dan bleek ook nog eens, dat er geselecteerd werd op gebruikswaarde. Een omgeving met veel water vroeg natuurlijk om het type hond dat niet bang was voor water. Het in of op het water levende wild zorgde weer voor een verdere selectie: het bemachtigen van haarwild, of van eenden en andere watervogels, vroeg om een ander type hond, dan de b.v. vangst van  de visotter. En bleek dat de hond gebruikt moest worden om de melkkar te trekken, dan werd gezocht naar een zwaarder type, dan wanneer hij het erf vrij moest houden van ongedierte.

Al die selecties kwamen  in Friesland uiteindelijk tot een drietal types die specifiek waren voor het gebied. Het waren de Friese Windhond, de Wetterhoun en de Stabijhoun. Door ontginning en ruilverkaveling is het beeld van die provincie wat veranderd, de honden bleven. Althans, de Bijke's.  Dat waren kruisingen tussen Wetterhounen en Stabijhounen. De Friese Windhond moest het afleggen tegen de regelgeving. De jacht, zoals die bedreven werd met dit type hond, werd verboden en dat leidde tot verlies van een (waarschijnlijk) uniek ras. Langzaam aan begon men te beseffen, dat wanneer er niets gedaan zou worden, de rassen Stabijhoun en Wetterhoun ook verloren zouden gaan. Een aantal deskundigen heeft toen –met succes- uit de vele Bijke’s en de enkele nog zuivere honden, de “oude” Stabijhoun en de Wetterhoun weer teruggefokt en werden er rasstandaards aangelegd om duidelijk te maken aan welke eisen de rassen dienen te voldoen. Deze standaards worden bewaard bij de FCI, dat is de Fédération cynologique international, deze is gevestigd in België.


Bijke's

Natuurlijk kan men niet verwachten dat een hondenras in 65 jaar helemaal schoon gefokt is, oftewel dat alle niet gewenste eigenschappen er uit zijn gefokt en alle gewenste er in. Maar men moet weten, dat die verschillende eigenschappen er toe leiden, dat men op de gebruikswaarde van de hond geen etiket kan plakken. Het is niet een hond die alleen maar mollen vangt, of visotters. Het zijn ook niet allemaal “onverschrokken waakhonden” en ze zijn niet allemaal sterk genoeg om een melkkar te trekken.


Warbere Hounen

De Stabijhoun van vandaag is allround. Heeft van al die eigenschappen de positieve, maar ook negatieve kanten meegenomen. Hetzelfde geldt voor de Wetterhoun. Hun uiterlijk zegt wel van “ho, ho  ik waak voor mijn baas”, maar zegt de hond dat ook altijd? Is het wel die zwemmer en onverschrokken jager? Eigenlijk zouden we dat allemaal wel willen. Maar de werkelijkheid van vandaag de dag is anders, dan toen ze teruggefokt werden. De honden hoeven niet meer in weer en wind buiten te liggen. Werkeigenschappen zijn zaken waar men zich geen zorgen over maakt bij de aanschaf.  Als de hond maar lief is, sociaal, met katten kan samenwonen, katten juist de tuin uit weet te jagen, en noem maar op waarom een hond wordt aangeschaft. Pas later -soms veel te laat- komt men er achter dat de hond onverwachte eigenschappen heeft. Op het moment dat hij niet luistert als een herdershond en niet altijd naar de baas kijkt. Of wanneer hij niet terugkomt, dan wordt het gedrag vergoelijkt door te zeggen: “ja, maar het is een jachthond”.

 

Laten we er aan werken, dat het een jachthond blijft.

Oh ja, wij kozen uiteindelijk voor een Stabijhoun, mede omdat we driehoog in de stad woonden..



top