Rasstandaard               
                        Zoals vastgesteld door de FCI                   

FCI Standaard Stabijhoun 

 

FCI  Standaard Wetterhoun

Fédération cynologique international
Standard No. 222 Race hollandaise
  Fédération cynologique international
Standard No. 221 Race hollandaise
ALGEHEEL BEELD  Een eenvoudige, krachtig gebouwde, langharige staande hond, meer gestrekt dan hoog, die noch te fors, noch te fijn mag zijn en waarvan de huid goed gespannen is en die dan ook noch keelhuid, noch hanglippen vertoont. ALGEHEEL BEELD  Een eenvoudige hond, van oudsher de hond voor de otterjacht, die, zonder plomp of log te zijn, fors gebouwd is, totaalbeeld vierkant, een gedrongen hond, wiens huid goed gespannen is en die dan ook noch keelhuid noch hanglippen vertoont.
AARD  Aanhankelijk, zacht en lief als huishond, schrander, gehoorzaam en leerzaam, rustig,  waaks, niet vals noch bijterig. AARD Rustige hond met een eigenzinnig karakter, gereserveerd voor vreemden. Ook een ideale erfhond.
HOOFD Droog. Grootte in verhouding tot het lichaam, meer lengte dan breedte tonend. Schedel en snuit zijn even lang. De schedel licht gewelfd, niet smal, doch vooral niet de indruk wekkend breed te zijn, hij gaat met een lichte ronding over naar de wangen, wangspieren weinig ontwikkeld.  De overgang van de schedel matig aangegeven. De snuit krachtig, geleidelijk iets smaller wordend naar de neus toe, zonder echter spits toe te lopen. De neusrug recht, dus van opzij gezien noch een bol- noch een holliggende lijn tonend. Neusrug breed, de neus goed open. De lippen goed gesloten, niet overhangend. Gebit krachtig en scharend. HOOFD Droog. Grootte in verhouding tot het lichaam, fors en krachtig. Schedel en snuit even lang. De schedel licht gewelfd en meer de indruk gevend van breed dan lang te zijn, gaat met een lichte ronding over in de wangen, waarvan de spieren matig ontwikkeld zijn. De overgang van de schedel in de snuit (stop) geleidelijk en slechts in geringe mate aangegeven. De snuit krachtig en slechts weinig smaller wordend naar de neus toe, zonder enige schijn van spitsheid, goed afgeknot. De neusrug recht, dus van opzij gezien noch een bolle, noch een holle lijn tonend. Neusrug breed, de neus goed ontwikkeld met goed geopende neusgaten. De lippen goed gesloten, niet overhangend. Gebit krachtig en scharend.
OREN Vrij laag aangezet, oorschelp niet sterk ontwikkeld, zodat de oren goed gevouwen en zonder enige draai vlak tegen het hoofd gedragen worden. Oren, waarvan de oorschelp krachtig ontwikkeld is, waardoor de vouw in het oor niet direct bij de inplanting, doch eerst later plaatsvindt, waardoor  het oor niet tegen het hoofd wordt gedragen, doch daarvan duidelijk afwijkt, zijn verwerpelijk. De oren zijn middelmatig lang en hebben de vorm van een troffel.

De beharing van het oor is een typische eigenschap van het ras, zij is bij de basis van het oor vrij lang, neemt naar beneden in lengte geleidelijk af, terwijl het onderste een-derde deel van het oor met kort haar is bezet. De lange beharing moet recht zijn, iets gegolfd is toegestaan, doch gekruld is verwerpelijk.
OREN Vrij laag aangezet, oorschelp niet sterk ontwikkeld, zodat de oren goed gevouwen en zonder enige draai vlak tegen het hoofd worden gedragen. Oren, waarvan de oorschelp krachtig ontwikkeld is, waardoor de vouw in het oor niet direct bij de inplanting, doch eerst later plaatsvindt, waardoor het oor niet tegen het hoofd wordt gedragen, doch daarvan duidelijk afwijkt, zijn verwerpelijk. De oren zijn middelmatig lang en hebben de vorm van een troffel.

De beharing van het oor is een typische eigenschap van het ras, zij is gekruld, bij de basis van het oor vrij lang, neemt naar beneden in lengte geleidelijk af, terwijl het onderste een-derde deel van het oor met kort haar is bezet.
OGEN Waterpas liggend, middelmatig groot, rond met goed gesloten oogleden, zonder het bindvlies te laten zien, noch uitpuilend, noch diepliggend. Kleur: donkerbruin voor de honden met zwarte grondkleur en bruin voor de honden met bruine of oranje grondkleur. Roofvogelogen zijn verwerpelijk. OGEN Middelmatig groot, eirond, met goed aangesloten oogleden, zonder het bindvlies te laten zien. Zij liggen iets schuin in het hoofd, waardoor een grimmige uitdrukking ontstaat. Zij zijn noch uitpuilend, noch diepliggend. Kleur: Donkerbruin voor de honden met zwarte grondkleur en bruin voor de honden met een bruine grondkleur. Roofvogelogen zijn verwerpelijk.
NEUS Zwart voor de honden met zwarte grondkleur en bruin voor de honden met bruine of oranje grondkleur. Niet gespleten. Neusgaten goed geopend, neusspiegel goed ontwikkeld.   NEUS Zwart voor de honden met zwarte grondkleur en bruin voor de honden met bruine grondkleur. Niet gespleten. Neusgaten goed geopend. Neusspiegel goed ontwikkeld.
HALS Kort en rond, in een zeer stompe hoek overgaand in de ruglijn, zodat het hoofd doorgaans laag wordt gedragen. De hals licht gewelfd, geen keelhuid of wammen.   HALS Kort en krachtig, rond, in een zeer stompe hoek overgaand in de ruglijn, zodat het hoofd doorgaans laag wordt gedragen. De hals licht gewelfd, geen keelhuid of wammen.
BORST Van voren gezien vrij breed, meer breedte dan diepte tonend en daarom de voorbenen vrij ver uit elkaar staand. Onderborst niet puntig en niet dieper reikend  dan tot aan de ellebogen.   BORST Van voren gezien breed, meer breedte dan diepte tonend en dientengevolge de voorbenen vrij ver van elkaar staande, onderborst gerond en niet dieper reikend dan tot de ellebogen.
LICHAAM Krachtig. De ribben goed gerond.  Achterhand goed ontwikkeld. De rug recht, vrij lang, het kruis weinig afvallend. Lendenen krachtig. Buik slechts matig opgetrokken.   LICHAAM Zeer krachtig. De ribben goed gerond. Achterribben goed ontwikkeld. De rug recht en kort, het kruis weinig afvallend. Lendenen krachtig. Buik slechts matig opgetrokken.
STAART  Lang, reikende tot aan de hiel, Niet hoog ingeplant, wordt naar beneden gedragen, tot onderste een-derde deel met een lichte buiging naar boven gebogen. In actie gaat de staart omhoog, echter nooit in spiraal. Rondom en tot het einde lang behaard, zonder krullen of golven, geen bevedering, maar bossig.   STAART Lang en tot een spiraal opgerold, gebogen over of naast het kruis.
VOORHAND Schouder goed aan het lichaam gesloten. Schouderblad schuin geplaatst, goed gehoekt. Benedenarm krachtig, goed recht, voorvoeten recht, niet doorgezakt, voeten rond, tenen goed ontwikkeld en gebogen, noch katte- noch hazevoeten, voetzolen krachtig.   VOORHAND Schouder goed aan het lichaam gesloten. Schouderblad schuin geplaatst en goed gehoekt. Benedenarm krachtig, goed recht, voorvoeten recht, niet doorgezakt, voeten rond, tenen goed ontwikkeld en gebogen, voetzolen krachtig.
ACHTERHAND  Krachtig. Goede hoeking van darm- en dijbeen en van dijbeen en schenkelbeen. Schenkelbeen niet te lang. Hiel dicht bij de grond geplaatst, achtermiddenvoet dus kort. Achtervoeten rond met goed ontwikkelde voetzolen.   ACHTERHAND Krachtig, matige hoeking van darm- en dijbeen en van dijbeen en schenkelbeen. Schenkelbeen niet te lang. Hiel dicht bij de grond geplaatst, achtermiddenvoet dus kort. Achtervoeten rond met goed ontwikkelde voetzolen.
BEHARING Lang en sluik haar over de gehele romp, hoogstens mag op het kruis een enkele lichte golf voorkomen. Het hoofd kort behaard. De beharing aan de achterzijde van de voorbenen en aan de broek goed ontwikkeld, meer bossige beharing dan bevedering. Broek lang behaard. Iets gekrulde beharing wijst op een kruising en daarom mogen de honden met een dergelijke beharing niet als stabijhoun worden erkend.   BEHARING Behalve op het hoofd en benen overal bedekt met dichte krullen. Het zijn vaste, stevige krullen van bundels haar. Enkelvoudige krullen of krullen van te dunne haarbundels geven de hond een wollig aanzien, hetgeen als een grove fout dient te worden aangemerkt. Het haar zelf is vrij grof en voelt vettig aan.
KLEUREN  Zwart/bruin/oranje met witte aftekening, waarbij in het wit schimmel en/of spikkels mogen voorkomen.   KLEUR Eenkleurig zwart of bruin, alsmede zwart met witte aftekening en bruin met witte aftekening, waarbij in het wit schimmel en/of spikkels mogen voorkomen.
GROOTTE  Ideale maat  voor reuen is 53 cm, voor teven is dit 49 cm.   GROOTTE  De ideale maat voor de reuen is 59 cm, voor de teven is dit 55 cm.
N.B.:   De reuen dienen twee teelballen te bezitten die er normaal moeten uitzien en volledig ingedaald zijn.   N.B.: De reuen dienen twee teelballen te bezitten die er normaal uitzien en  volledig ingedaald zijn.

top