Trainingen

welke leeftijd    soort opleiding    eigen kwaliteiten    welke school   positief gedrag    

Op welke leeftijd begin je daar mee??

Als de pup bij u komt, meestal tussen de 7e en 8e week, is er al een stuk werk gedaan door de fokker. Vaak zal het hondje "krantzindelijk" zijn. Het heeft dan geleerd om zijn behoefte op een stuk krant te doen. Voor u begint de training dus eigenlijk al zodra de hond bij u thuis komt. Laat de pup wennen aan zijn nieuwe omgeving. Geef het rust, dat heeft het zeker nodig op zo'n moment. De (vaak) lange reis heeft best wel een grote indruk op hem gemaakt.  Het zal zijn broertjes en zusjes missen, zijn vertrouwde moeder is er niet meer bij. Al dit moet het verwerken. Als eerste krijgt het natuurlijk een bakje drinken, en dan.... ja. hoor, de eerste plas is een feit. Boos worden heeft geen zin. Het kan er niets aan doen. Er lag geen krant en het was echt nodig.  Daarnaast had nog niemand het verteld waar dat wel mag.

Les 1 voor de baas.
Als je wat wilt van de hond, moet je het  leren. Met geduld. Een heleboel geduld. Let op het gedrag van uw hondje. Als het gegeten, gedronken, geslapen en/of gespeeld heeft,  volgt meestal een zoekreactie:  ronddraaien en zoeken naar een plekje (bv een krant) om de behoefte te doen. Als je dat ziet, neem de hond dan op en breng hem naar buiten, daar mag het plassen e.d. En beloon het na afloop. Grote jongen, grote meid of wat we ook willen zeggen. Maar laat het niet bij zeggen, leg een stuk gevoel in die woorden en laat de hond voelen dat je blij bent. Zo is er natuurlijk nog veel meer wat de hond moet leren, maar de baas ook. Ze leren van elkaars gedrag. De baas geeft aan of niet aan en de hond volgt dit op. Dus alles wat de hond als vaste gewoonte aanneemt, hebben we hem zelf geleerd. Lekker op de bank liggen en tegen iedereen opspringen.

Les 2 voor de baas.
Als je iets niet wilt van de hond, moet je het hem leren. Leren dat het níet mag. Ook niet hééééééél even....!
Voor een hond is alles zwart/wit: het mag wel of het mag niet. Het aanleren van welles/nietes is iets dat heel konsekwent moet gebeuren. Alles is per slot van rekening nieuw voor het hondje. Het weet nog helemaal niets. En zolang dat zo is, kan het ook niets fout doen. Daarom heeft straffen ook geen zin. Men bereikt er alleen mee, dat de hond onzeker wordt en de baas niet meer vertrouwt. Daarmee is ook de basis om samen te werken voor een deel weg. Dat wordt hard werken om dit te herstellen.

Dus de vraag "op welke leeftijd begin je er mee" is al beantwoord: zodra u de hond heeft, maar wel geleidelijk aan.

top

Wat is een geschikte opleiding?


Naast de alledaagse beslommeringen met de hond, gaan we natuurlijk ook naar school, de hondenschool. Daar leren we de hond: netjes naast ons  lopen,  zitten, liggen, komen,  maar vooral ook: omgaan met andere honden. Socialiseren. Zich gedragen binnen een groep zoals de groep dat van je verwacht. Eigenlijk net als bij mensen. Alleen zijn voor honden de regels iets simpeler.  Een goede instructeur weet dat allemaal aan u over te brengen. En daar gaat u weer mee aan de slag. De basis gehoorzamheidscursussen is overal zo'n beetje gelijk. De uitvoering verschilt iets. Dat kunt u zien als gaat  kijken bij de verschillende scholen bij u in de buurt.

top


Welke school  voor onze hond?

Dat is een school, waar u en uw hond met plezier naar toe gaan.  Mijn advies is dan ook meestal: ga eens kijken bij hondenscholen/kynologenclubs bij u in de buurt.
 
Weet u niet waar deze zijn, zoek het dan op via internet of spreek eens iemand aan op straat of  in het plantsoen, die zo omgaat met zijn hond, zoals u dat graag zou willen.  Vraag waar hij/zij de trainingen heeft gevolgd en ga daar eens een kijkje nemen.  Als u gaat kijken, laat u dan niet direct overhalen om lid te worden bij de eerste de beste. Ga gerust eens bij een andere club/school kijken, vergelijk ze met elkaar: bevalt de sfeer, bevalt de instructeur bij wie u terecht gaat komen? Gaat hij met mens en dier om, zoals u dat verwacht. Zo niet, dan is het mogelijk niet de juiste school voor u. Het moet klikken. Pas dan gaat u graag naar school en straalt u dat gevoel af naar uw hond.


top


U kunt de hond sturen in het gebruiken van zijn kwaliteiten
.

Stabij- en Wetterhounen zijn van oudsher jachthondentypen, met deze eigenschappen wel degelijk in de genen. Dat houdt in, dat u niet alleen een leuke huishond hebt aangeschaft, maar ook een jachthond. Zorg daarom, bij de keuze van uw hondenschool, dat u terecht komt bij een hondenschool waar u ook verder kunt als u meer wilt, dan alleen een puppycursus of gehoorzame hond.
Er zijn tal van hondensporten waar je met een Stabij- of Wetterhoun ver kunt komen. Op recreantenniveau, maar zeker ook op wedstrijdniveau. Als u nog een hond aan moet schaffen, houdt er dan rekening mee, dat er een bijzonder goede neus op zit.  En dat de hond die ook wilt en gaat gebruiken. Maak daar dan zelf gebruik van.

Wilt u straks met uw hond de jachthondensport gaan doen, dan is een school waar de apporteersport een onderdeel is, wellicht een goede basis. Er zullen in ieder geval instructeurs aanwezig zijn, die het gebruik van de neus op waarde weten te schatten en dit niet direct als ongehoorzaam aanmerken. Heeft u een hond die graag van alles bij u brengt, dan is eveneens de jachthondensport een goed vervolg en anders de apporteersport of flyball
Bent u zelf een sportief type, rent u graag door de bossen of over crossbanen? Een alternatief voor u en uw hond is dan behendigheid of breitensport. (Flyball, behendigheid en breitensport zijn minder geschikt voor de Wetterhoun, gezien zijn lichaamsbouw).  Een andere sport die de laatste tijd in de belangstelling staat is de zweethondensport. Deze vorm van sport kan worden afgesloten met een zweetwerkdiploma. De hond is dan gekwalificeerd als hond, die geschikt is om aangereden/of aangeschoten wild op te sporen en hiervoor opgeroepen kan worden. In het verlengde ligt dan natuurlijk het speuren naar vermiste onderwerpen of personen en het
reddingshondenwerk. Ook voor deze discipline zijn er goede opleidingsscholen te vinden. Daarnaast bestaat er tegenwoordig ook nog doggydance en dogfrisbeeën. 
Belangrijk blijft, dat u en uw hond het leuk moeten vinden en er geschikt voor zijn: fysiek en mentaal.

Let goed op het gedrag van uw hondje. Vertoont het gedrag wat u graag ziet, beloon de hond dan direct voor dat gedrag. Het zal na een aantal keren merken, dat u dat, wat het net deed, op prijs stelt en dan heel aardig doet. Dat vindt het fijn, dus zal het dat gedrag herhalen om de baas te plezieren.  Beloon gewenst gedrag altijd.


top


Positieve benadering bij de opbouw van de training.

Let goed op het gedrag van uw hondje. Vertoont het gedrag wat u graag ziet, beloon de hond dan direct voor dat gedrag. Het zal na een aantal keren merken, dat u dat, wat het net deed, op prijs stelt en dan heel aardig doet. Dat vindt het fijn, dus zal het dat gedrag herhalen om de baas te plezieren.
Zeker in het allereerste begin is het belangrijk, die dingen in het hondje te houden, die u later nodig heeft.
Wilt u dat het gaat apporteren, straf het dan niet als het met een pluchen beest aan komt. Neen, beloon dat gedrag, door de hond naar u toe te roepen en het pluchen beest af te laten geven (voor een beloning). Zorg daarna dat dat ding niet meer voor het grijpen ligt, anders komt de hond de volgende beloning halen. Zou u bij dit soort gedrag de hond straffen, hoe moet het straks dan als er iets anders ligt en u zegt "apport" (betekend ga er naar toe, pak het op en breng het naar mij). Dan denkt de hond: "ja. ja, en als ik het pak krijg ik straf. Ik ben niet gek!" Zorg er  dus altijd voor dat "bij de baas brengen en/of komen" leuk is.

Hetzelfde gaat op, wanneer de pup denkt iets te zien/horen/ruiken en stil blijft staan (het zgn voorstaan).
Op de cursus leert men bij het volgen: "als je zegt "volg" dan volgt de hond en als het wilt stoppen, loop je gewoon door. U bent de baas". Dat kan wel, maar dan moeten we de hond ook niet de kans geven om te kunnen stilstaan. Doen we dat toch, dan wordt het "volgen" niet goed uitgevoerd en is de hond dus eigenlijk "vrij aan de lijn" aan het wandelen. Dan mag het dus stilstaan en zien/horen/ruiken. Daarmee zegt het eigenlijk tegen ons: "ik ben een jachthond, heb goede ogen/oren/neus en vertel mijn baas, dat hier wild zit. Let maar op!" Door dit gedrag te belonen, behouden -en ontwikkelen- we die eigenschappen, die we later in het veld van onze jachthond of speurhond zo hard nodig hebben. De kunst van het voorstaan en aangeven dat er "iets" is.



top


8Home